22 mei is de internationale dag voor de soortendiversiteit. Voor veel mensen is dit misschien een vreemd onderwerp, laat staan om er een internationale dag voor te organiseren. Toevallig had ik laatst een gesprek met een collega die over biodiversiteit een totaal ander beeld had dan ik. Een mooi moment om bij dit onderwerp stil te staan.

De natuur staat wereldwijd onder druk door intensivering van de landbouw, atmosferische depositie (stoffen uit de atmosfeer in ons water….), steeds meer asfalt in plaats van groen, klimaatverandering et cetera. Je wordt, zeker als bioloog, af en toe moedeloos van alle negatieve berichten. Want tegelijkertijd zijn tal van soorten terug van weggeweest zoals de bever, otter, zeearend en de wolf.

In Nederland leven ongeveer 27.000 verschillende diersoorten. Die dieren kunnen we grofweg opsplitsen in drie groepen: opportunisten, generalisten en specialisten. Met name soorten in deze laatste groep staan erg onder druk. En raad maar tot welke groep(en) de bever, otter, zeearend en wolf toe behoren.

Maar is het echt zo erg gesteld met de biodiversiteit? Want hoe zit het met dat vervelende ongedierte dat nu in wolken boven fietspaden hangt. Wanneer zulke wolken insecten rondvliegen, dan is het toch niet zo slecht gesteld met de natuur? Er vliegt immers nog genoeg rond.

Natuurkwaliteit
Er is een verschil tussen de kwantitatieve en kwalitatieve benadering van natuurkwaliteit. Als we het over kwaliteit hebben dan is vooral soortendiversiteit erg belangrijk. Diversiteit zorgt namelijk voor meer veerkracht en een betere balans van de natuur.

In de natuur zijn allerlei evenwichten te vinden. Ter voorbeeld: wat zou er gebeuren als wij als mens en bij gebrek aan roofdieren niet de reeënpopulatie in toom zouden houden? Uiteindelijk zou weinig van de natuur overblijven en diversiteit helemaal verdwijnen. Ook als je bedenkt dat wij en onze veestapel 96% van alle zoogdieren op de wereld uitmaken, dan is het niet verwonderlijk hoe een virus als Corona en veel recente dierenziektes als vogelgriep zo hard kunnen toeslaan.

Bijdrage aan (lokale) biodiversiteit
Dat we met 17 miljoen mensen en onze economie een stempel op onze leefomgeving drukken, kan niet helemaal worden voorkomen. Gelukkig zijn er steeds meer kleine en lokale initiatieven die positief bijdragen aan soortendiversiteit. Boeren zaaien tegenwoordig een deel van hun akker in met wildbloemen. Dit geeft een boost aan de plaatselijke soortendiversiteit. Soorten die op andere insecten jagen blijken heel effectief de plaaginsecten van gewassen in toom te houden. Als bijkomend voordeel minder met insecticiden hoeft te worden gespoten.

In woonwijken staan insectenhotels en wilde bloemen in gemeenteplantsoenen. Je ziet kleinschalige veranderingen van grondgebruik, moestuinen en bloemrijke bermen door minder of gefaseerd te maaien. Kleine initiatieven die een groot effect op de lokale biodiversiteit hebben.

Wat betreft het waterbeheer lijkt de biodiversiteit in veel wateren die wij als Aqualysis onderzoeken de goede kant op te gaan. In de jaren ‘70 was het zo slecht gesteld met de waterkwaliteit dat er allerlei maatregelen zijn uitgevoerd en wetgeving is opgesteld om de zaken bij de “bron” te verbieden of reguleren. Dat lijkt nu z’n vruchten af te werpen. We zien dat zeldzame of verdwenen soorten wederkeren. De gemiddelde soortendiversiteit van de monsters die we in het veld nemen neemt is de afgelopen jaren toe genomen.  

Wat kan jij doen?
Mijn oproep: sta eens even stil. Kijk om je heen. Vraag je af wat jij zelf kan doen om de biodiversiteit in jouw omgeving te helpen. Vergeet daarbij vooral ook niet om te genieten van alles wat er om je heen zwemt, vliegt en kruipt.

Hoewel er echt wel heel veel van de 27.000 soorten dieren als ongedierte kan worden bestempeld, hebben alle dieren een rol te vervullen. Samen houden ze het leefmilieu gezond.

Zo geniet ik elke avond weer van kleine dingen. Van onze huisegel die onze tuin heeft verkozen tot woonplek, of de rupsen van de Koninginnepage die we vorig jaar voor het eerst in onze moestuin aangetroffen. Dan denk ik hoe goed en gezond wij en alle beestjes het samen hebben in onze tuin.   

Rob Heusinkveld, hydrobiologisch medewerker bij Aqualysis

Wil jij je echt verdiepen in het herkennen van de verschillende soortgroepen van de ongewervelde waterdiertjes die in het Nederlandse zoete water leven? Dan helpt deze video je vlot op weg!

https://youtu.be/qLx7uXB5WTY