Wim Schutte werkt al zo’n 30 jaar binnen het waterschapslaboratorium en is een expert als het gaat om het analyseren van metalen in oppervlaktewater. Hoe is de labwereld veranderd en hoe ziet hij de toekomst?

Naam    : Wim Schutte 
Functie  : Chemisch analist Metalen en analist Organisch
Jaren werkzaam bij Aqualysis: 30 jaar 

Hoe ben je in het vak terecht gekomen? 
“Daarvoor moeten we terug in de tijd! In augustus 1988 ben ik als laborant begonnen bij de aardappelmeelfabriek AVEBE in De Krim. Dit was een tijdelijke baan van een half jaar, daarna ging ik bij het toenmalige Zuiveringschap West Overijssel aan de slag. Een tijdelijke functie werd een vaste baan en ik ben nooit meer weggegaan.” 

Wat vind je zo leuk aan het vak van analist?
De afwisseling. Je hebt combinaties van analysetechnieken nodig om alle gevraagde resultaten in water, waterbodem en slib te kunnen analyseren. Zo vind ik de afdeling metalen een heel leuke combinatie. Waarom? Je verwerkt een monster al dan niet met een destructie [destructie = met behulp van zuren en verwarmen maak je het monster gereed voor de meting]. Waarna je het monster meet met een analyseapparaat (ICP-MS). De ICP-MS is een complexe analysetechniek waarbij je meer dan 30 elementen tegelijk analyseert; uit 1 monster kan je zo’n 30 a 35 verschillende metalen meten.  
In de zomermaanden komt voor mij het onderzoek naar zwemwater erbij. We onderzoeken zo’n 100 plassen waar je mag zwemmen. Die bemonsteren we binnen Aqualysis iedere 2 weken vanaf april tot eind september. Het monster komt binnen, we doen de analyse en voeren de verkregen resultaten in. Tenslotte geven we aan het waterschap door als er wel of geen overschrijdingen zijn.” 

Hoe is de afdeling Metalen gelieerd aan de rest van het lab?
“Net als bij andere parameters, mogen ook bepaalde waardes van metalen niet te hoog zijn omdat ze dan schadelijk kunnen zijn. Daarom monitoren we oppervlaktewatermonsters, waterbodems en slib om eventuele trends te ontdekken. Op afvalwater zit vaak een lozingsvergunning. Afhankelijk wat er wordt geloosd, is een metaalanalyse veelal gewenst. 
Bij een vermoedelijk lozing wordt het ‘interessant’. Het hele laboratorium moet weten wat er aan de hand is; van monsternemer, klantenservice tot wij vanuit de chemische organische analyses. We meten en leveren de data aan. Als er vragen zijn over de resultaten, dan verloopt het klantcontact meestal via de coördinator van de afdeling en de contactpersoon van het waterschap. Maar is het heel specifiek, dan word ik erbij gehaald vanuit mijn expertise. 

Hoe is dit in de loop van de jaren veranderd? 
“Schaalvergroting is het eerste wat in mij opkomt. We waren 20 kleinere laboratoria, intern bij de zuiveringschappen, waterschappen en hoogheemraden. Nu zijn we gecentraliseerd tot 5 grotere waterschapslaboratoria. Waar we vroeger werkten voor een waterschap, hebben we nu vijf aangesloten opdrachtgevers en eigenaren. 
Het soort analyses is ook aan het veranderen. We meten volop natchemische en metaalanalyses. Maar organische parameters als bestrijdingsmiddelen en medicijnen worden steeds belangrijker. De vraag naar PFAS-analyses <link https://www.rivm.nl/pfas> neemt toe en in eDNA-technieken zit volop groei.
Ook ons team groeit mee met deze toenemende vraag. Er vindt meer specialisatie plaats. We werken op Metalen met 3 personen die rouleren. Bij Organisch hebben we ook een team van 3 a 4 personen die in kleinere groepen specifieke kennis hebben over de verschillende analyses. Zo kan je elkaar altijd helpen. In totaal hebben we 12 personen op de afdeling Organisch-Metalen.’’

30 jaar ben je actief binnen de waterwereld, wat bindt jou aan deze sector? 
“Ik vind het een eer dat ik hier bij Aqualysis kan werken. We zijn nog steeds – ondanks eerdere fusies en samengaan van waterschap organisaties - relatief onafhankelijk. We zijn geen commercieel bedrijf en er is geen winstoogmerk. We willen ons werk zo goed mogelijk doen: dat het cijfer wat we geven, ook echt goed is. Dat kost soms iets meer tijd en geld, maar kwaliteit staat nog steeds bovenaan.
Aqualysis is van de waterschappen en voor de vijf aangesloten waterschappen. We voeren heel belangrijk werk uit, maar doen dat als het ware in stilte. Denk aan de controlerende taak van de waterschappen. In het geval van een calamiteit moeten zij in korte tijd belangrijke beslissingen nemen. 
Wij als lab voeren de analyses uit waarop onze waterschappen kunnen besluiten. We geven onze data door aan hen en zijn zo een stille kracht. Daar ben ik trots op. We werken weliswaar aan onze zichtbaarheid, maar veel van ons werk gebeurt nou eenmaal achter de schermen.” 

Je bent kersvers bij de Ondernemingsraad, wat maakte dat jij op deze manier betrokken wilde zijn bij Aqualysis? 
“Binnen Aqualysis was er nog geen voltallige bezetting, dus heb ik mij uit nieuwsgierigheid aangemeld. Ik ben officieel nog geen gekozen lid, dat volgt volgend jaar met de verkiezingen. 
Maar ik voelde, helemaal na mijn ziektebed - ik heb COVID gehad en een aantal dagen op de IC gelegen - dat ik na mijn herstel ook een andere betrokkenheid wilde naast mijn werk als laborant. 
Ik vind het belangrijk om een stem te geven vanuit het personeel richting het bestuur en management. Dat jouw stem wordt gehoord. En andersom, vanuit de OR een gekozen richting of koers toelichten aan je collega’s. Het is intensief naast het labwerk, maar erg leerzaam en leuk.” 

Wat wil je nog meegeven aan je collega’s en de buitenwereld? 
“Een persoonlijke opvatting; als je ergens mee zit, ga dan naar je meerdere. Dat is in het geval van Aqualysis een coördinator of manager. Blijf er niet mee zitten of ergens mee rondlopen, maar uit het en kaart het aan. Belangrijk om dit te benoemen: zorg ervoor dat je plezier houdt in je werk. Werkplezier staat voor mij bovenaan.” 

Hoe ziet het waterlaboratorium van de toekomst er volgens jou uit? 
“Ik zie een aantal ontwikkelingen. 

1. De rol van het waterlaboratorium gaat veranderen. De monitoring gebeurt op de plaats zelf, denk aan sensoren op de zuiveringen en in de watergangen die direct de waterkwaliteit meten. Deze sensoren worden steeds beter en kleiner. 

2. Cliché maar waar: op het lab is er meer robotisering. Want heb je meer mensen nodig, dan word je duurder. Dus laten we de repeterende werkzaamheden nu uitvoeren door robots. Het apparaat moet nog steeds door ons worden bediend en zo blijven we met onze kennis en kunde onmisbaar.

3. We voeren sommige zaken nog uit in een ‘ouderwetse stijl’, zoals het beoordelen van zwemwateronderzoek. Na 48 uur in een broedstoof, tellen we op een plaat van 96 gevulde cellen onder een UV-lamp de oplichtende (positieve) cellen. Dit zal in de toekomst door automatische detectie gaan, maar doen we nu nog visueel. Het is namelijk seizoenswerk en de aantallen zijn nu nog te klein om die investering te kunnen maken. 

4. We werken steeds intensiever samen met de waterschappen bij nieuwe ontwikkelingen zoals eDNA en sensoren. Zo zit ik in een ILOW-werkgroep Bacteriologie. Hier delen we kennis, maar ook de problemen waar we als vijf laboratoria van de waterschappen tegenaan lopen. Stellen vragen als hebben we nog bijzonderheden gezien het afgelopen half jaar? We bekijken samen de methodes, winnen advies in en maken gezamenlijke afspraken voor bijvoorbeeld inkoop.”

Wat wil je meegeven aan jongeren die een beroepskeuze moeten maken? 
“Kom eens een kijkje nemen en kom bij ons langs in Zwolle. Zo kan je zien of het werken in een laboratorium iets voor jou is. We hebben naast stafondersteunende functies als ICT, facilitair en financiën, binnen Aqualysis de analisten, monsternemers, milieudeskundigen en hydrobiologen in dienst. We laten jou graag zien hoe wij wateronderzoek doen en hoe divers het werken in het lab is.”